PBL: wind op land goedkoopste optie voor emissiereductie, ook SDE+ na 2019

Wind op land en grootschalige zon-pv (red. zonneparken) zijn de goedkoopste manieren om extra emissiereductie te realiseren. Dat blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Kostenefficiëntie is een belangrijk uitgangspunt van het kabinetsbeleid gericht op het realiseren van een vermindering van de emissies van broeikasgassen met 49 procent in 2030. In april 2017 heeft PBL, in samenwerking met Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), een notitie uitgebracht over mogelijkheden om emissies van broeikasgassen in Nederland te verminderen in 2030 en over de kosten die daarmee gemoeid zijn. Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft het PBL in het kader van het Klimaatakkoord een update gemaakt van die notitie.

Wind op land levert geld op
Belangrijkste conclusie van het PBL is nu dat grootschalige zon-pv en wind op land de goedkoopste manieren zijn om extra emissiereductie te realiseren. De nationale kosten voor zon en wind op land zijn als enige veranderd in opbrengsten van 20 euro per vermeden ton CO2.

Het PBL is bij het vaststellen van de kosteneffectiviteit uitgegaan van 5,4 gigawatt extra wind op land in 2030 (red. extra ten opzichte van de al verwachte hoeveelheid wind op land) wat leidt tot een extra CO2-reductie van 5,7 megaton. Dit leidt tot een opbrengst van 20 euro per vermeden ton CO2. Dat er voor zon en wind op land een positieve balans is, komt doordat deze technologieën Nederland ook veel opleveren zoals banen en innovatie.

Wind op zee
Voor wind op zee komt het PBL met verschillende cijfers. Bij een toename van 5,3 gigawatt extra wind op zee zouden de kosten 20 euro per vermeden ton CO2 zijn. Met een extra CO2-reductie van 8,3 megaton als gevolg.

Wiebes: ook na 2019 SDE+
In zijn brief aan de Twede Kamer over het PBL-rapport geeft Wiebes in het rapport opheldering waarom er door de onderzoekers gerekend is met een scenario waarin er na 2019 geen  SDE+-regeling meer zou zijn. ‘Er is een toename van 4 megaton reductie door er in de analyse vanuit te gaan dat er na 2019 geen verdere openstelling van de SDE+-regeling zal plaatsvinden. Uiteraard blijft het kabinet voornemens om na 2019 de SDE+ voort te zetten en te verbreden. Echter, door uit te gaan van het scenario waarin de SDE+ niet meer wordt opengesteld na 2019, ontstaat de mogelijkheid om de beschikbare middelen op een andere wijze in te zetten en kan het kabinet de besteding van de SDE+-middelen integraal afwegen ten behoeve van een kostenefficiënte invulling van de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030.

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!