Brabant gaat doelstelling windenergie pas in 2022 halen

De provincie Brabant gaat de doelstelling van 470,5 megawattpiek aan windenergie in 2022 behalen. Dit is 2 jaar later dan de landelijke afspraken tussen alle provincies en het Rijk.

De prognose van de provincie is dat in 2020 er minimaal 385 megawattpiek aan windenergie gerealiseerd is in Noord-Brabant. Dit is 80 procent van de opgave zoals die afgesproken is met het Rijk. Hiermee ligt Noord-Brabant op het gemiddelde van heel Nederland in het realiseren van windenergie. RVO komt tot een lagere prognose. De strikte definitie van RVO telt niet alle windprojecten mee en komt op slechts 254,2 megawattpiek in 2020. Op basis van de planningen van onder andere het windproject aan de A16 komt de provincie echter tot een hogere prognose. Met de inzet van reserveprojecten verwacht de provincie om in 2022 de doelstelling van 470,5 megawattpiek te behalen.

Voor een aantal lopende windprojecten hangt de realisatie deels af van besluitvorming van het Rijk. Onduidelijkheid over het 380 kilovolt hoogspanningstracé door West-Brabant treft ook windproject Weststad in Oosterhout. Onduidelijkheid over risicozonering van windturbines op nog te ontwikkelen bedrijventerreinen, vertraagt windprojecten op bedrijventerrein De Wildert in Dongen en Ecopark  Waalwijk. En problematiek rond de radars van defensie treft windenergieprojecten in Zuidwest-Nederland. De provincie voert hierover samen met andere provincies overleg met het Rijk.

De provincie hecht naar eigen zeggen veel waarde aan betrokkenheid van de omgeving bij windprojecten. De omgeving van windprojecten moet niet alleen de lasten van een windpark hebben, maar ook kunnen delen in de lusten. Met het windproject A16 wordt door de provincie en de 4 gemeenten volop ingezet op sociale participatie. Zorgvuldigheid en betrokkenheid van omwonenden bij het proces is daarbij belangrijker dan snelheid.