Minister Wiebes: regio’s aan zet bij toekennen locaties voor windmolens

Minister Wiebes heeft de Tweede Kamer nog maar eens geïnformeerd dat het aan de provinciale en regionale politiek is om beslissingen te nemen over de toekenning van gronden voor windmolens. Dit naar aanleiding van berichtgeving van de De Telegraaf.

Wiebes start in zijn kamerbrief met het weerspreken van de berichtgeving in De Telegraaf, niet alleen ten aanzien van zon, maar ook aangaande windmolens. Zo schrijft hij: ‘Ik begrijp ook dat het beeld dat in het artikel in De Telegraaf wordt geschetst geen aantrekkelijk vooruitzicht is. Dit beeld wil ik ontkrachten: er zullen in Nederland geen 130.000 windmolens verschijnen.’

De minister stelt verder: ‘De opgave van minimaal 49 procent CO2-reductie in 2030 is dermate ambitieus dat alle vormen van duurzame energieopwekking nodig zullen zijn. De klimaat- en energietransitie zal een effect hebben op hoe Nederland eruitziet. Duurzame energie is, meer dan fossiele energie, zichtbaar in het landschap. Zoals het kabinet in zijn brief over de kabinetsinzet voor het Klimaatakkoord heeft aangeven, is een goede ruimtelijke inpassing van de maatregelen uit het Klimaatakkoord dan ook van groot belang. De nieuwe ruimtevraag, gecombineerd met het huidige en toekomstige ruimtebeslag van andere functies, onderstreept de grote omvang van de operatie en de noodzaak tot innovatief ruimtelijk ontwerp en een belangrijke rol voor ruimtelijke regie op regionaal niveau.’

De ruimtelijke impact van de te nemen maatregelen weegt daarom volgens Wiebes mee bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord. Zo nemen ruimtelijke experts deel aan de verschillende sectorale klimaattafels en zal ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aandacht besteden aan de ruimtelijke en financiële impact van de voorgestelde maatregelen bij de doorrekening van het Klimaatakkoord.  ‘De afspraken uit het Klimaatakkoord vormen belangrijke input voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De beide trajecten van NOVI en Klimaatakkoord worden om die reden gesynchroniseerd. De NOVI is vervolgens de basis voor de inbedding van de klimaat- en energietransitie in de fysieke leefomgeving en voor de doorwerking in andere instrumenten onder de Omgevingswet.’

Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer van de minister van Binnenlandse Zaken een uitwerking van de hoofdlijnen van de NOVI en voor het eind van het jaar een ontwerp van de NOVI. Via de Regionale Energie- en Klimaatstrategieën, zoals afgesproken tussen kabinet en decentrale overheden in het Interbestuurlijk Programma, krijgen afspraken uit het Klimaatakkoord hun ruimtelijke doorwerking op regionaal niveau.

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!