Monitor Wind op Land: 2020-doel van 6.000 megawatt wordt niet gehaald

De geplande windparken op land zijn later gereed dan gewenst, maar er wordt straks meer duurzame stroom opgewekt dan voorzien. Dat meldt minister Wiebes van Economische Zaken aan de Tweede Kamer. In 2020 zal de productiecapaciteit van 6.000 megawatt – afgesproken in het Energieakkoord – daarmee nog niet volledig worden gehaald.

Daarentegen groeit de projectcapaciteit van de geplande windparken na 2020 naar bijna 6.900 megawatt. Dat meldt de minister naar aanleiding van de ‘Monitor Wind op Land 2017’, die opgesteld is door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Rijk en IPO/provincies hebben een nationale doelstelling van 6.000 megawatt operationeel vermogen wind op land in 2020. Aan het eind van 2017 stond er in Nederland 3.249 megawatt operationeel vermogen; dat is goed voor 54 procent van de landelijke doelstelling. Ten opzichte van 2016 is het operationeel vermogen wind op land met 48 megawatt afgenomen. Het operationeel vermogen is licht gedaald ten opzichte van 2016. Dit is een tijdelijk effect dat grotendeels het gevolg is van geplande saneringen.

Er resteert in Nederland een opgave van 2.751 megawatt (netto) voor de doelstelling 2020, waarvan voor 2.070 megawatt (75 procent) de bouw is gestart dan wel in voorbereiding (SDE+ aangevraagd/beschikt). Ten opzichte van 2016 is de totale projectcapaciteit met 229 meegawatt toegenomen. Eind 2017 is in Nederland 867 megawatt (14,5 procent) méér projectcapaciteit gepland dan strikt benodigd voor de doelstelling in 2020.

Door RVO.nl wordt op basis van de monitor ingeschat dat circa 5.153 megawatt operationeel vermogen in 2020 haalbaar is. Over zo’n 71 megawatt is twijfel (mogelijk/deels haalbaar). De resterende 776 megawatt, die benodigd is voor de doelstelling, is dus waarschijnlijk niet operationeel eind 2020.

De projecten die in deze monitor als niet haalbaar voor de doelstelling 2020 zijn gescoord, zijn veelal nog in het voortraject en hebben op de peildatum van 31 december 2017 een flinke achterstand op de normplanning van het spoorboekje Rijk-IPO. Tijdige realisatie is daarmee (zeer) onzeker. Een klein deel daarvan, vooral projecten die al verder in procedure zijn, zal de komende jaren mogelijk nog zodanig kunnen versnellen dat tijdige realisatie in zicht komt. En voor de overige projecten in het voortraject geldt nadrukkelijk dat deze projecten waarschijnlijk niet in 2020 operationeel zijn. Een deel zal, met meer of minder vertraging, ná 2020 mogelijk alsnog kunnen worden gerealiseerd.

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!