Ondanks achterblijvende provincies doelstelling 6.000 MW niet in gevaar

AMSTERDAM – Ondanks dat 2 provincies nog niet duidelijk hebben hoe ze hun eigen doelstelling voor windenergie gaan halen, lijkt de landelijke doelstelling niet in gevaar.

Windparken,
©: Vestas

Dit blijkt uit een overzicht dat Henk Kamp, de minister van Economische Zaken, deze week naar de Tweede Kamer stuurde.

In juni hadden 2 provincies voor in totaal 89,7 megawatt aan windmolens nog geen concrete plannen.

Drenthe (doelstelling 285,5 megawatt) mistte nog 35,5 megawatt. In de eerder nog opstandige gemeente Emmen wordt hier ruimte voor gezocht. Tegen het einde van het jaar moet hier duidelijkheid over zijn.

Limburg

In Limburg (doelstelling 95,5 megawatt) mistte nog 54,2 megawatt in het overzicht.

De provincie heeft eerder uitgesproken dat het initiatief hiervoor ligt bij lokale gemeenten. Pas als halverwege volgend jaar blijkt dat gemeenten verzaken, zal de provincie actie ondernemen.

Voortraject

Ondanks dat beide provincies achterblijven bij andere overheden, zal de landelijke doelstelling er naar verwachting niet onder lijden. Andere provincies maken het met huidige plannen al goed.

In de plannen is genoeg ruimte gereserveerd om in 2020 op 6.100 tot 6.300 megawatt uit te komen, hoewel het overgrote deel  van deze plannen nog in het voortraject zit.

De bandbreedte wordt veroorzaakt door Windpark IJsselmeer in Friesland waarvan nog niet duidelijk is hoe groot het gaat worden.

Windmolens in voorbereiding

Volgens de laatste cijfers wordt nu van in totaal 800 megawatt aan windmolens de bouw voorbereid.

Naast deze windmolens, zit 376 megawatt in de vergunningsprocedure. 418,8 megawatt zit in een ruimtelijke procedure en 2124,8 tot 2305,8 megawatt zit in een voortraject.

In juni was er 2.479,3 megawatt aan windenergie gebouwd in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!