TU Delft introduceert nieuwe heimethode voor offshore windparken

TU Delft professor Andrei Metrikine gaat met het project ‘Gentle Driving of Piles’ aannemers helpen bij het zo efficiënt mogelijk installeren van heipalen voor windturbines op zee. De voorgestelde methode heet ‘Gentle Driving of Piles’ vanwege de mogelijkheid om de belasting op de paal en het onderwatergeluid te verminderen. De projectpartners voor dit project zijn de TU Delft, Boskalis, Deltares, DOT, Eneco, Sif, TNO, ECN, Shell, IHC, Seaway Heavy Lifting en Van Oord.

Metrikine heeft via het GROW-programma (Growth through Research, development & demonstration in Offshore Wind) een subsidie van 2,6 miljoen euro van RVO ontvangen voor het project. De nieuwe methode is gebaseerd op het gelijktijdig gebruik van laagfrequente en hoogfrequente trillingen die met 2 verschillende bewegingen tegelijk op de palen worden aangebracht. Dat is mogelijk zonder de snelheid van het werk en het draagvermogen van de bodem – essentieel voor een stabiele toepassing – te verminderen. In de loop van het project zullen nieuwe modellen worden ontwikkeld en gevalideerd op basis van experimentele gegevens die worden verzameld tijdens het onderzoek, terwijl tegelijkertijd nieuwe methodes voor het inbrengen van palen worden getest.

Growth through Research, development & demonstration in Offshore Wind is een programma voor onderzoek, ontwikkeling en demonstratie rondom offshorewindinstallaties ter waarde van meer dan 100 miljoen euro. Het betreft een consortium van zo’n 20 partners die in het kader van het programma kennis uitwisselen en intensief samenwerken. Zij werken aan het verlagen van de kosten voor offshorewindinstallaties en het vergroten van de waarde binnen zowel het energiesysteem als het ecosysteem. (foto: Van Oord)

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!