Kleine projecten moeten 6 GW doelstelling aanvullen

AMSTERDAM – Kleine projecten moeten de slag maken om in totaal 6000 megawatt aan windenergie te hebben in 2020.

Een windpark op CuraçaoDit meldde het Internationaalprovinciaal Overleg (IPO) vorige week in een definitief overzicht van het akkoord dat de provincies hadden bereikt.

De lokale overheden hebben weten af te spreken dat er 5.715 megawatt aan windturbines staan in 2020, minder dan de doelstelling 6 GW dat Den Haag de provincies had opgelegd. Eerder merkte de NWEA dit ook al op.

Maatwerk

De overige 285 megawatt moet worden gehaald door kleine projecten. “Dit is meestal maatwerk”, aldus het IPO. “Projecten zijn te realiseren als ze voldoen aan de ruimtelijke voorwaarden van provincies en gemeenten. Nauw omschreven gebieden worden nog niet gedefinieerd.”

Deze turbines moeten komen in Friesland, Overijssel, Noord-Holland, Gelderland en Noord-Brabant en Limburg. De huidige verdeling ziet er zo uit.

  • Flevoland: 1370
  • Groningen: 850
  • Zuid-Holland: 730
  • Noord-Holland: 580
  • Zeeland: 550
  • Friesland: 525
  • Noord-Brabant: 420
  • Drenthe: 280
  • Gelderland: 210
  • Overijssel: 80
  • Utrecht: 60
  • Limburg: 60

Goedkeuring gemeenten

Hoewel de provincies een akkoord over de verdeling hebben weten te bereiken is het nog niet zeker of en waar de windparken komen. Gemeenten moeten nog hun goedkeuring geven aan de plannen.

Het akkoord om 6.000 megawatt te realiseren is een voorwaarde van de landelijke overheid om de provincies meer invloed te geven in het windenergiebeleid. Of Den Haag tevreden is met deze overeenkomst is niet bekend.

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!