Milieuonderzoek naar beste plekken voor windmolens bij A16 gestart

De provincie Noord-Brabant is in januari een onderzoek gestart naar de milieueffecten van windmolens. Zo wil zij de beste plekken vinden voor 30 tot 50 windmolens in het gebied aan weerszijden van de A16 tussen Moerdijk en de Belgische grens.

In het Milieueffectrapport (MER) neemt de provincie een aantal onderzoeksvragen mee die zijn ingegeven door zienswijzen van betrokkenen (red. onder andere over geluidsoverlast, slagschaduw, afstand tot de woning). De resultaten van het onderzoek (MER) geven aan welke locaties het meest geschikt zijn voor de windmolens. Dit zijn windmolens die samen ten minste 100 megawattpiek aan windenergie in het A16-gebied moeten opbrengen. De keuze van de voorkeurslocaties wordt in de zomer van 2017 gemaakt. Op die plekken mogen windmolens gebouwd worden als minimaal een kwart van de opbrengst van de windmolens ten goede komt aan de lokale gemeenschap. De provincie zoekt in alle zorgvuldigheid naar de locaties waar de overlast het minst is en het draagvlak het grootst. De provincie treedt op verzoek van de gemeenten Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert op als regisseur en initiatiefnemer van het project Windenergie A16. De gemeenten Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert hebben aangegeven dat het gebied van 1 kilometer aan weerszijden van het Brabantse deel van de A16 geschikt is voor 100 megawattpiek aan windenergie. Dat staat gelijk aan tussen de 30 en 50 windmolens.

Op verzoek van de 4 gemeenten treedt de provincie bij dit project op als regisseur/initiatiefnemer en bevoegd gezag. Daarmee is er 1 duidelijk aanspreekpunt. De afspraken over het windmolenpark zijn vastgelegd in een convenant. De gemeenten informeren ook zelf over het project.

Begin 2018 wil Provinciale Staten het inpassingsplan, de vergunningen en eventuele ontheffingen vaststellen. Eind 2020 moeten de windmolens geplaatst en in bedrijf zijn.

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!