Regeerakkoord: extra windenergie moet voor 4 megaton CO2-besparing zorgen, branchevereniging NWEA enthousiast én kritisch

In het regeerakkoord heeft het abinet de ambitie geformuleerd om via extra windenergieprojecten in de periode tot en met 2030 4 megaton CO2 te besparen.

De fractievoorzitters Mark Rutte (VVD), Sybrand van Haersma Buma (CDA), Alexander Pechtold (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) presenteerden op dinsdag 10 oktober het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’. Achtergrond van de maatregel voor extra windenergie is het doel om de uitstoot van broeikasgassen met 49 procent te verminderen in 2030. Dat is ambitieuzer dan de Europese verplichting die ‘Parijs’ Nederland oplegt. Het betekent een extra CO2-reductie van 56 megaton. 1 megaton moet hierbij gerealiseerd worden door de uitrol van extra zonne-energieprojecten. Een zelfde besparing is weggelegd voor energiezuinige verlichting en 4 megaton dus voor extra wind op zee. Het sluiten van de kolencentrales levert 12 megaton op.

In het regeeerakkkoord is te lezen dat er voor windenergie ‘meer kavels op zee’ komen. Verder zal ‘Nederland in EU-verband bepleiten dat bij de locatie van windmolens op zee rekening gehouden wordt met de belangen van de visserij en dat daar waar mogelijk multifunctioneel gebruik wordt toegestaan’.

De Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) ziet het Regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte III als een belangrijke kans om tot 2030 flink meer windenergie te realiseren. NWEA sluit zich verder aan bij de reactie van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie op het Regeerakkoord. Met name de beoogde uitbreiding van de SDE+-regeling (red. voor de stimulering van duurzame energie) naar vermindering van CO2-uitstoot in bijvoorbeeld de industrie schiet zijn doel voorbij.

Overigens meldt het regeerakkoord dat er een aparte regeling komt voor energiecoöperaties die het mogelijk maakt dat omwonenden makkelijker
kunnen participeren in duurzame energieprojecten in hun directe omgeving, waaronder wind- en zonne-energieprojecten. (foto: Eneco)