Resultaten milieueffecten windmolens A16 zijn bekend

De eerste resultaten van het onderzoek naar de milieueffecten van windmolens in het gebied langs de A16 zijn bekend. De provincie liet dit onderzoek samen met de gemeenten Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert uitvoeren.

De resultaten van het onderzoek wegen mee in de keuze voor de locaties en de hoogte van de windmolens, die gezamenlijk minimaal 100 megawatt moeten opbrengen. Dit najaar kiest de stuurgroep een voorkeursalternatief, nadat eerst de 4 gemeenteraden en Provinciale Staten in de gelegenheid zijn gesteld om hun voorkeuren mee te geven aan hun bestuurders.

De eerste uitkomsten van de milieueffectrapportage (MER) zijn gepubliceerd op www.brabant.nl/windenergiea16. Omdat het om complexe en technische materie gaat, geven medewerkers van de provincie en de gemeenten op meerdere momenten en plekken toelichting op het onderzoek, en is er ruim gelegenheid om vragen te stellen.

In het onderzoek zijn 11 opstellingsalternatieven voor windmolens onderzocht. De 11 alternatieven zijn het resultaat van een zorgvuldig trechteringsproces, waarin alle ruimtelijke (on)mogelijkheden in kaart zijn gebracht. De alternatieven zijn ook gebaseerd op landschappelijke keuzes, zoals “lange lijnen” of “knooppunten”. Verder is in het trechteringsproces rekening gehouden met de reacties van inwoners en belanghebbenden en input van de klankbordgroep en dorps- en wijkraden.

Nu de milieueffecten van de 11 alternatieven bekend zijn, onderzoeken provincie en gemeenten hoe de 11 alternatieven zo optimaal mogelijk gemaakt kunnen worden. Door deze optimalisatie wordt per alternatief duidelijk is hoe deze zo min mogelijk negatieve effecten op de omgeving kan hebben.