Kleine en middelgrote windmolens België krijgen investeringssubsidie

Vlaams minister van Energie Bart Tommelein heeft een subsidieplan uitgewerkt voor kleine en middelgrote windmolens. De steun wordt toegekend via een biedprocedure: de overheid doet een oproep en de beste ingediende projecten krijgen investeringssubsidie.

Tommelein en Vlaams minister van Milieu Joke Schauvliege pleiten in hun windplan Windkracht 2020 voor meer kleine en middelgrote windturbines naast de bekendere grote windmolens. Kleine windmolens zijn windmolens met een ashoogte tot 15 meter. Middelgrote zijn windmolens vanaf 15 meter tot een vermogen van 300 kilowatt. Er is jaarlijks een budget van 4,2 miljoen euro beschikbaar, afkomstig uit het Energiefonds.

Ondersteuning van energieprojecten gebeurt in Vlaanderen meestal als productiesteun, in de vorm van groenestroomcertificaten die men gedurende 10 of 20 jaar krijgt in ruil voor een bepaalde hoeveelheid opgewekte groene stroom. Het Vlaamse regeerakkoord voorziet echter een geleidelijke overgang naar investeringssubsidie voor kleinschalige hernieuwbare energietechnologieën. Voor kleine en middelgrote windmolens werkte Tommelein daarom een subsidieplan uit waarbij men steun krijgt bij de start van het project.

Minstens één keer per jaar zal de Vlaamse minister van Energie een biedprocedure organiseren, de eerste nog dit najaar. Indieners van projecten nemen deel aan een vergelijkende biedprocedure, waarbij ze een schatting maken van de energieopbrengst en daarvoor een bepaald bedrag aan ondersteuning vragen. Per oproep legt de minister een subsidieplafond vast met de maximale verhouding tussen de aangevraagde subsidie tegenover de energieopbrengst. Wie een hogere subsidie vraagt, maakt geen kans. Wie het slechtst gerangschikt staat tegenover de andere projecten, ontvangt geen steun. Tommelein hierover: ‘Hoe efficiënter een windturbine, hoe hoger de energieopbrengsten tegen een lagere kostprijs, hoe groter de kans op ondersteuning.’

Ontvang de nieuwsbrief van Windenergie Courant!