Gemeente Lochem: geen vervolglening voor plan IJsselwind

Het college van burgemeester en wethouders (B&W) van Lochem stelt de raad voor om IJsselwind geen vervolglening te verstrekken voor het plan voor 3 windmolens in het gebied de Mars/Twentekanaal. Er is onvoldoende draagvlak onder inwoners. B&W besluit dit na weging van het haalbaarheidsonderzoek dat IJsselwind heeft ingediend met het verzoek om een lening beschikbaar te stellen voor het vervolgproces.

Het haalbaarheidsonderzoek had tot doel de milieutechnische- financiële en maatschappelijke haalbaarheid te onderzoeken voor plaatsing van 3 windmolens en bestaat uit een draagvlakonderzoek, concept-milieueffectrapportage én businesscase inclusief participatiemodel. Het draagvlakonderzoek is gehouden onder 7.500 huishoudens die op 750 meter, 750 meter tot 2 kilometer en tot 5 kilometer van de beoogde windmolens wonen. Binnen 750 meter is 84 procent van de omwonenden tegen het initiatief. Onder direct omwonenden (inwoners die tussen 750 meter en 5 kilometer van de geplande windmolens wonen), zijn er grote verschillen tussen de gemeenten. In de gemeente Lochem is 45 procent tegen of sterk tegen. Bij huishoudens in de overige 3 gemeenten is wel een meerderheid voor de plannen, dus op macroniveau is sprake van draagvlak.

4 lokale energiecoöperaties zijn georganiseerd onder de naam IJsselwind. De leden van deze coöperaties willen door met het plan. Het gaat om 2 windmolens van IJsselwind en 1 van het Waterschap. Ook het Waterschap wil door met het plan. Nu uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat de windmolens haalbaar zijn vanuit draagvlak, businesscase/participatiemodel en ruimtelijke inpassing, is de kans aanwezig dat de windmolens op Zutphens grondgebied er alsnog gaan komen. De colleges van Brummen en Zutphen nemen deze zomer ook een besluit na weging van het haalbaarheidsonderzoek.